Omniumschool, plek waar je kan groeien.

Posts tagged ‘Onderwijsinspectie’

Flipping the schools: meer ruimte voor vernieuwend onderwijs. #MRvVO

Voorstel voor een pilot dat ik richting Staatsecretaris Sander Dekker en de Vaste kamercommissie onderwijs heb gedaan ten aanzien van het stimuleren van onderwijsvernieuwing.
Dorien Kok

Kind in ontwikkeling, door Dorien Kok

MRvNS
Iedereen in het onderwijs kent wel de afkorting MRvNS: Meer ruimte voor nieuwe scholen: naar een moderne interpretatie van artikel 23.*

Staatssecretaris Sander Dekker vraagt hiermee aandacht voor de hedendaagse problematiek rond het starten van een school in ons land. “Het is in Nederland enorm ingewikkeld om een nieuwe school te beginnen. Zeker wanneer deze school niet behoort tot een traditionele geloofsovertuiging. Hierdoor is er weinig ruimte voor vernieuwend en innovatief onderwijsaanbod. Bij het beoordelen van een nieuw schoolinitiatief kijken wij nu vooral naar geloofsovertuiging en aantallen leerlingen.”

Dit is iets wat ik met mijn vernieuwingsschool Omniumschool letterlijk ondervind. Lees dit hier.

MRvVO
Niet alleen de voorwaarden om een nieuwe school te starten zijn aan vernieuwing toe. Vernieuwing in het onderwijs zelf, in de scholen dus, behoeft ruimte: MRvVO, oftewel: Meer ruimte voor vernieuwend onderwijs.

INVULLING ONDERWIJS
Wat goed onderwijs is kun je niet in één definitie zeggen…

View original post 752 woorden meer

Nieuws mei 2015

Knelpunten vernieuwend onderwijs

We waren ons van te voren volledig bewust van het feit dat we in de praktijk tegen knelpunten van het huidige onderwijssysteem en de wetgeving in Nederland aan zouden lopen. Deze knelpunten hebben wij geïnventariseerd: Knelpunten vernieuwend onderwijs Omniumschool.

Ons is ook duidelijk dat we een NIEUWE richting te zijn, uniek in Nederland, waardoor er geen vergelijkbaar belangstelling is – wat een noodzakelijk iets is voor de vestigingseis bij de gemeenten: Waarom Omnium een unieke positie inneemt.

We zijn dan ook erg blij met dat de gemeente Almere verder kijkt dan de vestigingseisen en positief staat tegenover de start van een Omniumschool in haar gemeente.

We hebben over bovenstaande gecommuniceerd met oa staatssecretaris Onderwijs Sander Dekker en de Directie Primair Onderwijs in Den Haag, Hoofd onderwijsinspectie, VO-raad, PO-raad en de Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hier zijn al eerste contacten uit voortgekomen:

SP Kamerlid op onderwijs Tjitske Siderius zou graag met ons in gesprek gaan over de knelpunten die we ervaren bij het oprichten van onze school. Ook is de SP geïnteresseerd in het onderwijsconcept dat wij voor ogen hebben. We gaan hiervoor samen om tafel.

We gaan binnenkort op uitnodiging ook om tafel met het Ministerie van Onderwijs, over het herzien van de regelgeving ten aanzien van nieuwe scholen. Zeker de vestigingseis zal besproken worden.

Stand van zaken

We bewandelen meerdere wegen voor de opstart van de school

1. Starten onder een schoolbestuur: we hebben nogmaals gesproken met diverse schoolbesturen PO/VO.  Onze conclusie is dat een schoolstart per komend schooljaar via een bestaand schoolbestuur helaas niet haalbaar is. Na de zomervakantie willen we hiervoor wel verder om tafel. Schoolbesturen in de regio’s ‘t Gooi en Almere waarmee we nog niet om tafel hebben gezeten maar die mogelijk wel belangstelling hebben voor het Omniumconcept nodigen we graag uit om contact op te nemen.

2. Zelfstandig starten: procedure via de gemeenten in de regio’s ‘t Gooi en Almere voor een start per schooljaar 2016-2017. Op dit gebied is fase 4 gestart – de vaststelling van het Plan van scholen door de gemeenten. Voor de gemeente Almere kunnen we melden dat het plan voor de Omniumschool op 26 mei jongstleden vlekkeloos door het college van burgemeester en wethouders is gegaan. We zijn nu in afwachting van het bericht dat het Plan van scholen op de agenda van de Gemeenteraad van Almere komt. Dit wordt bepaald door de griffie. Voor de gemeenten in ’t Gooi zijn wij nog in afwachting van nader bericht.

Deze 2 opties draaien om de financiering van de school.

3. We hebben voor de optie gebied Oosterwold in Almere met meerdere partijen om tafel gezeten afgelopen maand. Dit waren zeer positieve gesprekken, waarin men duidelijk belangstelling voor de Omniumschool en Kernonderwijs liet blijken. Er staan voor de komende weken weer ontmoetingen ingepland, oa met de gebiedsregisseur van Oosterwold.

Het bieden van een optimale doorgaande ontwikkeling voor kinderen.

Ons streven is oa het bieden van een optimale doorgaande ontwikkeling voor kinderen van 0-20 jaar, bij ons ‘rode draad’ geheten. Wij zijn niet de enigen die hier het belang van inzien. De PO-Raad, MOgroep en Brancheorganisatie Kinderopvang hebben hiervoor een actieplan gemaakt om de doorgaande ontwikkellijn van kinderen van 0-12 jaar beter laten verlopen: Geef kinderen de ruimte. Op 5 maart jl. is dit plan aangeboden.
De PO-Raad en de MOgroep zijn teleurgesteld over de reactie van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) op hun actieplan.
‘OCW en SZW liggen samenwerking opvang en onderwijs in de weg’

Het nieuws van april leest u hier.

Knelpunten in het onderwijs

wapenschild OmniumKnelpunten van het huidige onderwijssysteem en in vernieuwend onderwijs in Nederland, bekeken vanuit Omniumschool

Eisen inspectie voor opbrengsten
Door voor iedere leerling een ontwikkelingsperspectief te schrijven waarbij uitgegaan wordt van de ondersteuningsbehoefte van de leerlingen zullen de opbrengsten op een andere manier worden weergegeven dan binnen een reguliere school met een leerstofjaarklassensysteem. De opbrengsten zullen binnen een kwaliteitssysteem worden beoordeeld en gemonitord, maar de verslaglegging zal verschillen. De inspecteur zal hiervoor open moeten staan.

Een school voor PO en VO met geleidelijke instroom, doorstroom
Doordat leerlingen de mogelijkheid hebben hun talenten te ontwikkelen binnen hun eigen ontwikkelingsperspectief zal een deel van de leerlingen versneld onderwijs gaan volgen op VO-niveau. Het ontwikkelingsperspectief wordt minimaal op 2F gesteld voor de PO/VO-periode. Een leerling kan dus ook 1F bereiken binnen de VO-leeftijd, waarbij de mogelijkheid bestaat de didactiek en het aanbod aan te passen aan de leerling (hiervoor wordt een duidelijk dossier opgebouwd, waarbinnen de mogelijkheden van de leerling worden gevolgd door methodegebonden en niet-methodegebonden toetsen en andere meetinstrumenten)

Gemeenten willen geen nieuwe scholen, schoolconcepten
Gemeenten zijn huiverig nieuwe scholen op te nemen in het Plan van Scholen. Dit geldt voor VO-scholen, waarbij de gemeenten de behoeftebepaling vaak uitbesteden aan de koepel van VO-scholen in de regio, maar ook voor PO-scholen. Een groot deel van de openbare scholen komt van oudsher vanuit de gemeente en daar heeft men verplichtingen aan. Daarnaast denken veel gemeenten in zuilen en zien algemeen bijzondere en neutraal bijzondere scholen als een richting. Dit zou volgens de ambities van de minister en de staatssecretaris moeten veranderen, maar die nieuwe kijk is nog geen realiteit.

Regionale aanname is voor veel gemeenten onbekend terrein, waardoor prognoses anders uitvallen
Gemeenten rekenen met leerlingaantallen in de eigen (deel)gemeente. Op basis daarvan worden prognoses bekeken en niet op een eventuele regiofunctie. Het ministerie van OCW hanteert dezelfde strategie. Dit betekent dat een behoeftepeiling en een prognose niet realistisch op te stellen is, waardoor nieuwe initiatieven minder worden gewaardeerd. Zeker voor een school als Omnium, met een volledig nieuwe en unieke onderwijsrichting en leeromgeving waarvoor geen vergelijking met huidige scholen te maken is vormt dit een belemmering.

Kennis van inspecteurs over andere aanpakken is wisselend
Inspecteurs zijn niet altijd op de hoogte van de verschillende aanpakken die worden gehanteerd. Wanneer blijkt dat de resultaten op het niveau zijn dat mag worden verwacht op basis van de leerling-populatie zou er meer ruimte moeten mogen bestaan om andere didactieken of aanpakken te hanteren. Het toetsingskader biedt daar onvoldoende mogelijkheden voor.

Inzet van personeel op basis van Jeugdwet, WLZ, rol gemeenten en zorgverzekeraars
De school wil gebruik maken van andere (onderwijs)zorgverleners in de school voor begeleiding van leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Dit levert momenteel veel problemen op doordat de financiering vanaf 1 januari 2015 op een andere wijze geregeld is. De inzet van deze specialismen zou door een onderwijsinspectie moeten worden aanbevolen, omdat op deze wijze de zorg naar de leerling gaat en niet andersom.

Aanschaf van materialen en middelen voor de school
De eerste inrichting van de school en de aanschaf van materialen zal een ander karakter hebben dan binnen een reguliere school. Door gebruik te maken van andere methodieken en didactieken zal het gebouw een ander uiterlijk hebben, de groeperingvorm wisselend zijn en dus afwijken van de “standaarden”. Een pestmethodiek die goedgekeurd is door het ministerie kan daardoor bijvoorbeeld niet aansluiten, omdat sociaal-emotionele ontwikkeling op een veel intensievere wijze wordt aangepakt.

Inzet personeel van andere scholen, detachering, inhuur
De nieuwe school zal personeel op een andere wijze inzetten. De middelen die vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld, zullen worden verantwoord door een gedegen accountantscontrole, maar afwijken van de reguliere besteding. Dit heeft mede te maken met het feit dat leerlingen flexibel doorstromen naar vervolgonderwijs.

Financiën voor de verschillende schooltypen
Bij de financiering van de schooltypen en de voorschoolse onderwijsvoorziening zullen we te maken hebben met verschillende typen wetgeving. Dit wordt in drie aparte boekhoudingen vastgelegd, hetgeen de effectiviteit niet bevordert. Het zou wenselijk zijn hiervoor een andere mogelijkheid te hebben om tot een totale boekhouding te komen.

Wetgeving
De verschillende schooltypen en voorschoolse voorziening hebben te maken met andere kwaliteitseisen. Dit zal op sommige punten met elkaar conflicteren. Vanuit de verschillende ministeries willen wij weten welke prioritering hierbij geldt. Dit betreft de eisen van OCW, VWS en Sociale Zaken.